ECLI:NL:HR:2023:876 - PONT Omgeving (2024)

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer23/00078

Datum9 juni 2023

BESCHIKKING

In de zaak van

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE ARRONDISsem*nT ROTTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/647590/FA RK 22-7994 van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2022.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot vernietiging en terugwijzing.

2.1De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen ten aanzien van betrokkene voor de duur van zes maanden.

2.2Bij de mondelinge behandeling van het verzoek zijn verschenen de advocaat van betrokkene en het hoofd behandelzaken, verbonden aan Antes GGZ. Betrokkene is niet verschenen. De bij het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gevoegde zittingsaantekeningen van de griffier houden onder meer in dat de advocaat van betrokkene heeft verklaard dat zij geen contact met betrokkene heeft kunnen krijgen, dat niet duidelijk is of betrokkene op de hoogte is van de zitting en, als betrokkene de oproepingsbrief heeft ontvangen, of zij de strekking daarvan begrijpt, en dat betrokkene niet heeft laten weten dat ze niet wil komen.

2.3Bij de in cassatie bestreden beschikking heeft de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van drie maanden verleend. De rechtbank heeft daartoe, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen:

“1.4. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.

Hoewel behoorlijk opgeroepen is betrokkene niet verschenen. De advocaat van betrokkene

heeft, ondanks herhaaldelijke pogingen, geen contact kunnen krijgen met haar cliënt. De

rechtbank gaat over tot de inhoudelijke behandeling.”

3.1De onderdelen II en III van het middel zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De rechtbank had de bereidheid van betrokkene om zich te doen horen nader moeten onderzoeken. Door het onderzoek achterwege te laten, heeft de rechtbank in strijd gehandeld met art. 6:1 Wvggz, althans is het oordeel dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen onvoldoende gemotiveerd, aldus de onderdelen.

3.2Art. 6:1 lid 1 Wvggz bepaalt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Het gaat hier om meer dan hetgeen reeds voortvloeit uit het fundamentele beginsel van een behoorlijke rechtspleging dat iedere partij de gelegenheid moet krijgen om haar standpunt naar voren te brengen voordat de rechter een beslissing neemt. Ook dient immers zoveel mogelijk gewaarborgd te zijn dat aan iemand niet verplichte zorg kan worden opgelegd zonder dat hij, zo hij dit wenst, zelf door de rechter wordt gehoord. Het is tegen deze achtergrond dat de onderzoeksplicht van de rechter naar de bereidheid van de betrokkene om zich te doen horen en de motivering van zijn vaststelling dat die bereidheid niet aanwezig was, moeten worden beoordeeld.n

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1165, rov. 3.2 en HR 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:18, rov. 3.1.2.

3.3Uit de stukken van het geding en de door de Advocaat-Generaal ambtshalve ingewonnen inlichtingen blijkt dat de oproeping voor de mondelinge behandeling niet per aangetekende post aan betrokkene is verstuurd.n

Zie de conclusie van de Advocaat-Generaal, onder 3.19-3.20.

Er kan daarom, nu betrokkene niet bij de mondelinge behandeling is verschenen, niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat het oproepingsbericht betrokkene heeft bereikt. Daarbij komt dat, gelet op de hiervoor in 2.2 weergegeven uitlatingen van de advocaat ter zitting, de rechtbank zonder nader onderzoek niet met voldoende zekerheid heeft kunnen vaststellen dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.n

Vgl. HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:880, rov. 3.3.

De hiervoor in 3.1 weergegeven klachten slagen dus.

3.4De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2022;

- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 9 juni 2023.

ECLI:NL:HR:2023:876 - PONT Omgeving (2024)

References

Top Articles
Latest Posts
Article information

Author: Francesca Jacobs Ret

Last Updated:

Views: 5673

Rating: 4.8 / 5 (48 voted)

Reviews: 95% of readers found this page helpful

Author information

Name: Francesca Jacobs Ret

Birthday: 1996-12-09

Address: Apt. 141 1406 Mitch Summit, New Teganshire, UT 82655-0699

Phone: +2296092334654

Job: Technology Architect

Hobby: Snowboarding, Scouting, Foreign language learning, Dowsing, Baton twirling, Sculpting, Cabaret

Introduction: My name is Francesca Jacobs Ret, I am a innocent, super, beautiful, charming, lucky, gentle, clever person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.